Cisca Bentinck-Toonen 18-2-1919 - 24-3-2006

Geplaatst op dinsdag 25 april 2006 @ 17:08 , 817 keer bekeken

Francisca Wilhelmina (Cisca)
Bentinck-Toonen

18 februari 1919 - 24 maart 2006

Op het moment
dat het leven in de natuur openbarst
Groene tinten in allerlei variaties.
Lentebloemen onze tuinen,
velden en bossen kleuren
eindigde het leven van:
Francisca Wilhelmina Bentinck-Toonen.
Haar leven was voltooid.

In Memoriam

Cisca Bentinck-Toonen:
op 18 februari 1919,
87 jaar geleden, werd zij geboren,
in blijd­schap welkom gehe­ten.
Ze was de tweede
in een gezin met ze­ven kinderen.
Iets meer dan een maand geleden
vierde ze nog in zeer kleine kring
haar ver­jaar­dag,
weer een jaar af­ge­sloten,
een nieuw levensjaar begon....,
maar vandaag, op 31 maart,
zijn we met elkaar bijeen
om af­scheid van haar te ne­men.

Vorige week vrijdagavond, 24 maart 2006,
is ze, toch nog on­ver­wachts, overleden.
Een leven ligt daar tussen, een men­sen­leven.

Cisca groeide op in een liefdevol huisgezin
tot een lief, beschei­den, vroom meisje,
dat regelmatig naar de kerk ging.
Haar va­der en moeder gaven het goede voorbeeld. God en haar ge­loof was een onverbrekelijk deel
van haar leven.
Dat geloof in God geraakte la­ter
wat op de achtergrond,
maar bleef wel de­ge­lijk in haar aan­wezig.

Tijdens een zondagmiddagmatinee
in het Kur­haus in Sche­venin­gen
kwam de lief­de van haar leven.
Constant Adolf Baron Ben­tinck maakte haar het hof
en ver­liefdheid groeide uit tot ware lief­de.
Cisca, het mooie muur­bloempje, vond haar houvast. Hij de muur, zij de bloem die zich met haar ran­ken
en wortels onlosmakelijk hechtte aan deze ste­vige muur. Ze werden een twee-eenheid.
Ze trouw­den in 1951. Ze hadden het méér dan
45 jaar goed sa­­men, met z'n tweetjes,
lief en leed delend met elkaar,
want ook dat leed is er helaas ge­weest.
Hun kin­derwens werd helaas niet vervuld,
want de zwan­ger­schap van een jongenstweeling
liep hele­maal verkeerd af
en een nieuwe zwangerschap
werd door de dok­to­ren sterk ont­raden
om nòg erger te voorkomen.
Haar moederliefde was echter niet te onderdrukken. Kon het niet bij haar eigen kinde­ren,
dan toch zeker die van een ander.
Ze stond voor iedereen klaar,
voor familie, vrienden en kennis­sen.
Cisca was gewoon lief, zorgzaam, zeer sociaal bewogen, warm, een schat van een mens.
Stilletjes en bescheiden deed zij haar goede werken. Ongevraagd bemoederend stond zij altijd
voor ie­der­een klaar. Ze had een groot hart.
Ondanks het feit dat ze door te trouwen
met een baron van adel, barones, werd
bleef ze ge­woon zichzelf, eenvoudig en sociaal bewogen.

Ze hield ook van aanpakken,
was voor niemand bang.
In de Tweede Wereldoorlog
was ze werkzaam bij de ­secre­tarie van de gemeente Giessen in Drente. Ze ontfermde zich daar over Simon, haar kleine 12-jarige broertje,
en was daar ook als koe­rier­ actief in de ondergrondse. Ze heeft ook nog op een makelaars­kan­toor
gewerkt en was cheffin bij het CBR.
Ze werd ook de per­soon­lijk assistent van haar man, zijn secretaresse. Zij zorg­de er voor dat alles
wat hij als meester in de rechten en als pu­blicist
in diver­se kranten schreef uitgetikt en verzon­den werd.
Dat deed ze ook tijdens de lange zeilboottochten
en tij­dens de maanden­lange over­win­teringperiode
in het warme zui­den. Vanaf de boot en vakantie­huis werd de boodschap ver­kon­digd.
Constant Adolf, "Jabar" voor intimi,
was een bij­zonder mens, su­per correct,
een gentleman, be­lang­stellend en ook nog sportief. Op hoge leeftijd bleef hij aan zijn lichamelijke conditie werken - een ge­zon­de geest in een ge­zond lichaam - maar na een dage­lijkse wan­de­ling
door het park Clin­gen­dael, waarbij hij vaak
het trim­par­cours trotseerde, werd deze in­span­ning
op die be­wuste dag, 1 november 1995,
net iets teveel van het goe­de.
Fysiek totaal uitgeput over­leed hij thuis
in haar ar­men. Zijn lichaam was er niet meer,
maar zijn geest bleef, want de muur­bloem was
in die tientallen jaren totaal één geworden
met de muur.

Cisca ging verder op haar levensweg.
Ze was meer dan 10 jaar weduwe.
In de laatste jaren hield ze zeer nauwgezet en plichts­getrouw een dagboek bij.
Een grote losbladige agenda,
ie­der dag een blad, werd volgeschreven
met haar dagelijkse be­zig­heden.
Het werd haar naslagwerk en ze greep er voortdurend op terug, maar keek ook vooruit.
Haar geheugen liet haar soms in de steek.
Op haar uitdrukkelijke verzoek werd het Onze Vader en het Wees Gegroet door haar schoonzus op papier gezet. Ze begon ie­de­re avond de rozenkrans te bidden. Hardop, want haar ge­hoor werd de laatste jaren steeds slechter. Ze ging ook hardop denken.
Ze heeft haar mening nooit onder stoelen of banken gestopt, maar nu kwam het er wel eens onver­wachts ongezou­ten uit, terwijl ze zich er niet van bewust was dat ze haar ge­dach­ten over anderen en hun doen en laten ook hardop onder woorden bracht. Ze werd ook een beetje wantrouwend omdat ze niet meer kon verstaan wat er in haar nabijheid werd ge­zegd.

Ze heeft altijd lekker kun­nen koken, net als haar moe­der, en som­mige zaken, zoals het braden van kip, liet ze niet aan ande­ren over. De stickertjes van de batterijen van haar gehoor­appa­raat werden ook in haar dagboek/agenda geplakt, omcirkeld en van datum voorzien, zodat ze precies wist wan­neer welk oor nieu­we geluidsversterking had gekregen.

Ze hield zichzelf goed op de hoogte van het nieuws via televisie en krant. Ze had haar voor- en afkeuren van presentato­ren en pu­blicisten. Tijdens het uitpluizen van de krant schreef ze zelfs in de kantlijn haar commentaar: "Deugt niets van!"

De laatste jaren ging het fysiek slechter met haar. Gelukkig had ze veel liefdevolle dagelijkse zorg om haar heen. De laat­ste drie we­ken werd ze opgenomen in het ziekenhuis. Haar lichaam hield er langzaam mee op. het ging bergafwaarts. Ze heeft het nog lang vol­ge­houden, had moeite om zich over te geven, Ze voelde de dood aankomen, ze vocht er tegen, was soms ge­span­nen, be­nauwd, dan weer gelaten. Haar hart had eerder al signalen ge­ge­ven en is er uiteindelijk vorige week vrijdagavond mee ge­stopt. Al was ze misschien fysiek niet de sterkste; ze is wel de oudste geworden van de zeven kinderen. Haar dierbaren zijn haar voor ge­gaan. Simon, de jongste, is nu de laatste van dat ooit kinder­rijke gezin. De laat­ste jaren, maanden, dagen, uren had hij voort­durend con­tact met zijn laatste zus. Iedere dag was er even contact, tot op het laatst. Iedere dag, ieder uur, kon het laatst zijn, de deur van de hemelpoort stond al op een kier, haar stoel stond al klaar, Jabar wachtte op haar en er is dus vaak af­scheid geno­men. Haar einde kwam toch nog on­ver­wachts en toen was ze, haar geest, haar ziel, er ineens niet meer.

Rust nu maar uit, je hebt je strijd gestreden.
Je hebt het als een moedig mens gedaan
Wie kan begrijpen, wat je hebt geleden?
En wie kan voelen, wat je hebt doorstaan?
     

 


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: